Ressentiment, een ondertoon die klinkt.

Een stelling om boos van te worden.

Gek is dat, ik wil graag een stelling schrijven over ressentiment, en voor dat deze zin op papier stond had ik meer dan 1000 woorden versleten aan dit onderwerp, zonder dat ik het gevoel had op het juiste pad te zitten. Ressentiment is een bedreiging voor de democratie (aldus John Rawls), ze is een uitgangspunt voor een moraal (aldus Nietzsche) en ze kan grote schade aanrichten aan mens en samenleving (aldus Sloterdijk). En al mijn woorden weten haar niet te vangen. Het gevoel van frustratie dat wordt toegewezen als veroorzaakt door een ander staat zo ver van de werkelijkheid af dat ze eigenlijk onbegrijpelijk is, maar toch bestaat ze.

Ressentiment lijkt op de chaos-theorie. De vlinder in de woestijn zorgt ervoor dat ik mijn linker teen breek en dus heeft de vlinder schuld. Het persoonlijk ongeluk wordt toegeschreven aan het handelen van een ander of van een groep anderen (vaak met gelijke toegekende eigenschappen) die in essentie in geen enkele relatie staan tot het gebeuren. En nu zou ik hier graag een paar maatschappelijke voorbeelden geven, ze zijn er te over, maar een gevoel van onbehagen weerhoudt mij hiervan. Ik zal mij hier dus beperken tot de aangewezen veroorzakers, dan valt te denken aan joden, islamieten, polen, bankdirecteuren, specifieke honden, politiecorpsen, financiële instellingen (ja dat kan ook), mensen die veel geld verdienen (wat is veel?) of juist heel weinig, vrouwen (al dan niet werkend), of wellicht juist mannen, rokers, hondenbezitters, overheid, bureaucratie, media, of wellicht de hele wereld, en ga zo maar door. Heel wat groepen mensen krijgen de schuld van persoonlijk en individueel ongeluk. En dan hoop ik nu dat er bij jou als lezer bij een van deze groepen niet zoiets ontstaat als “maar dat is toch ook zo, zij hebben dat toch veroorzaakt!”. En het is precies deze gedachte die mij ervan weerhoud een voorbeeld te geven. Voor een buitenstaander is de relatie chaotisch voor de gefrustreerde direct. En de buitenstaander wordt door de gefrustreerde ervaren als een aantasting van zijn waardigheid.

Het is deze onredelijkheid die Rawls en Sloterdijk zien als ‘verontrustend’. En dan is er nog een andere kant, los van het redelijke. De gefrustreerde mens die zijn frustratie toewijst aan iets of iemand die niets met die frustratie te maken heeft, kan zijn frustratie ook niet in de kiem smoren. Doorgaans weten we in een goed gesprek, wanneer mensen elkaar hebben gefrustreerd, eenvoudig de lucht te klaren. Waarschijnlijk zal dat samengaan met excuses en uitleg van de intenties. Maar de aangewezen veroorzaker kan niet zomaar op zijn gedrag worden aangesproken (zeker niet wanneer het om een groep gaat). In een groep is niet ieder individu hierop aanspreekbaar (er zijn ook aardige en goede ... ) en wanneer we wel iemand erop aanspreken dan eindigt dat in een wederzijds gevoel van miskennen en frustratie (juist omdat de relatie niet aanwezig is en dus ook niet getoond kan worden). De werkelijkheid is hier dwingend maar of we dat onder ogen willen zien? Want ja, waar ligt dan de oorzaak?

Is het antwoord op ressentiment dan geluk? De afwezigheid van frustratie? De frustratie-loze samenleving? Maar er is niemand die dat kan garanderen! Deze relatie is net zo chaotisch als de aangewezen veroorzaker en de frustratie. Misschien is het antwoord persoonlijke weerbaarheid - maar wat als deze ontbreekt? Nietzsche toont je de wereld waarin de mate van weerbaarheid centraal staat; het ressentiment dat bij de weerlozen ontstaat wordt tot moraal. Misschien is het antwoord kennis: het begrijpen van het fenomeen? Gek genoeg lijkt ressentiment geen onderdeel te zijn van de berichten en opiniestukken in kranten en/of tijdschriften. Van onze gesprekken tijdens feestjes of van de lessen op school. Het is een thema verbonden met filosofie en psychologie en is daarmee in een hokje geplaats. Zodoende lijkt het uitgesloten dat we in ons dagelijks bestaan enig grip krijgen op een ongeleid projectiel.
Is het zo bedreigend dat het niet mag bestaan, dat we het liever negeren? Wanneer we echter geconfronteerd worden met een daad die gevoed is door ressentiment dan worden we door verbijstering overmand. Er is niemand die het begrijpt. Maar zelfs dan lijken we haar te negeren! Waarom is het voor mij zo moeilijk om over dit thema te schrijven? Ben ik bang iemand te kwetsen, omdat ik de oorzaak van zijn frustratie niet erken? Toch smullen we er wel van: het leidende fenomeen in de millennium trilogie is ressentiment. Gelukkig zonder uitzaaiingen, maar ik zal me wapenen (ik weet alleen nog niet hoe) wanneer mannen de veroorzaker van al het leed op de wereld worden. Maar ik zou ook niet al die vrouwen de kost willen geven die er nu van overtuigd zijn dat dit zo is.

Gelukkig bestaat er ook nog iets anders dan geluk.

De weg naar geluk; soms lijkt het erop dat dit de belangrijkste weg is die een mens gedurende zijn leven bewandelt. Het streven naar persoonlijk geluk én het realiseren hiervan vertaalt zich in allerlei krampachtige acties om leed te voorkomen, dan wel het aanwezige leed zo snel mogelijk te verzachten. Zou er werkelijk zo iets bestaan als een doekje voor het bloeden dan zou dit tot grote schaarste op de markt leiden. Iedereen zou het immers willen hebben. Tegelijkertijd zouden we direct, bij de minste of geringste tegenslag naar een doekje grijpen en zo doende waarschijnlijk een weerbaarheid van nul komma nul hebben.

Ik vraag me vooral af of geluk iets is wat je kunt nastreven. Of dat dit zo’n objectiveerbaar goed is, dat je er een politiek item van kunt maken. Maar laat ik het eens proberen. Uiteraard moet ik hiervoor de mens misschien wat simplistisch weergeven, dus daarvoor alvast bij voorbaat mijn verontschuldigingen. Dit simplisme maakt het misschien wel mogelijk om zelf eenvoudig naar voorbeelden te zoeken.

Laat ik met de begeerte beginnen. Hiervoor moet ik mij de mens voorstellen als een wezen dat louter gedreven wordt door de begeerte. Zowel Girard als Freud weten alles van de mens, louter gedreven door de begeerte. Goed voelen - is dat hetzelfde als geluk? - is dan een afgeleide van de aanwezige begeertes en de mogelijkheid deze begeertes te kunnen bevredigen. Uiteraard kent dit gradaties en zal dit ook een tijdsfactor kennen. Laat ik het omkeren, wanneer een mens iets begeert en dit ligt volledig buiten zijn mogelijkheden en hij blijft het desalniettemin begeren, dan zal dit tot een sterk gevoel van ongenoegen en ontevredenheid leiden. En het is natuurlijk van alles wat we kunnen begeren, zoals een groter huis, een mooiere auto, een andere baan, een fijne relatie, etcetera. Dit hoeft echt niet allemaal materieel te zijn. Het kan ook de begeerte zijn naar kennis of naar wijsheid. De begeerte wordt de drijfveer van het handelen en het succes - of is het de succesbeleving? - geeft een gevoel van welbehagen. Het uitblijven hiervan geeft een duidelijk gevoel van ongenoegen. Dit ongenoegen kan zo groot worden dan het leidt tot een volledig gefrustreerd bestaan.

Dat was de begeerte, nu de eer. Om hiermee aan de gang te gaan, moet ik mij voorstellen dat de mens louter gedreven wordt door zijn eer en waardigheid. Peter Sloterdijk, maar ook een blik richting het middenoosten, maken een dergelijke voorstelling eenvoudiger. Het verlies van eer en waardigheid zorgt voor frustratie. Als een mens zich niet erkend voelt, dan zal hij in opstand komen. Als hij zijn eer kan herstellen dan zal dit een gevoel geven van trots, van welbevinden. Lukt het niet om op korte termijn de eigen eer te herstellen dan zal de mens gefrustreerd achterblijven. Een frustratie die kan leiden tot wraak en vergelding. De trots van een mens kan aangetast worden door onbeschoft gedrag, door bureaucratie die mensen tot een nummer maakt, door valse beschuldigingen, doordat er niet geluisterd wordt, en weet ik al niet meer. De persoonlijke trots en eer wordt tot drijfveer. Een mens met eigenwaarde - die trots is op zichzelf - zal met een gevoel van welbehagen in de wereld staan. De mens die zich klein voelt, geminacht en genegeerd zal een gevoel van onbehagen hebben, en dit gevoel kan zo dominant zijn dat een continue onbeheersbare en onbevredigbare geldingsdrang het leven domineert.

En dan nu de liefde. Nu moet ik mij een mens voorstellen die louter gedreven wordt door liefde. En gek genoeg begin ik nu te twijfelen aan mijn eigen denken, kan liefde een drijfveer zijn? Maar laat ik het toch maar proberen en hiervoor even bij Spinoza en Verhoeven te raden gaan. Zij leggen liefde uit als blijdschap, louter omdat de ander is. Zonder dat de ander begeert wordt, zonder dat er eisen worden gesteld, zonder dat die ander bijdraagt aan persoonlijke trots en eer, maar louter blijdschap omdat de ander bestaat. Deze blijdschap kan natuurlijk veel verder worden doorgetrokken. Zo kan een mens simpel blij zijn omdat er een boom in de tuin staat, niet vanwege de schaduw of het hout, maar ook zonder frustratie jegens de afgevallen bladeren, maar gewoon blijdschap omdat de boom er is. Lastig bij deze mens is dat hij eigenlijk niet verstoort kan worden in zijn drijfveer, omdat er geen eisen aan het andere wordt gesteld, behalve dan de eis dat de ander is. “to be or not to be” wordt dan een cruciale vraag die volledig tot wanhoop kan drijven.

Wonderlijk genoeg kan ik filosofie vanuit al deze drie drijfveren uitleggen. Ze kan een begeerte naar wijsheid (de wijsbegeerte). Een continue zoektocht naar wijsheid en een bevredigend resultaat. Ze kan een zaak van eer zijn. Naar eer en geweten handelen, vraagt om een goed doordacht en wijs besluit, weten wat je doet en de filosofie kan daarbij helpen. En tot slot kan filosofie voortkomen uit liefde - philo sophia, de liefde voor de wijsheid. Louter blijdschap omdat er zoiets bestaat als wijsheid en liefde zet aan tot in nabijheid willen verkeren van, zeker willen weten van het zijn.

Maar wordt een mens hier nu gelukkig van? Geluk lijkt zo een afgeleide van andere drijfveren en zelf geen primaire drijfveer te zijn. Machiavelli leefde in een tijd dat het geluk kwam van het lot en dat per ongeluk iets krijgen je eerder waakzaam diende te maken dan dat je daar gelukkig onder moest zijn. Het geluk kan immers ook verdwijnen, het ligt niet in je eigen hand, maar in de handen van een vrouw. En of je daar nu gelukkig om moet zijn?

We plaatsen cookies, zo min mogelijk en altijd anoniem.