Aristeia Omdat de werkelijkheid te denken geeft

tijdigheid of eeuwigheid

Hoezo tijdelijkheid, het is altijd nu


Wellicht is de decembermaand de maand waarin we het duidelijkst worden geconfronteerd met het fenomeen tijd. Als Sinterklaas geweest is, dan nadert kerstmis en daarna de jaarwisseling met rasse schreden. De komst van kerstmis tel ik nog altijd af met een adventkalender, vierentwintig hokjes, dagelijks mag er eentje open. Ook het licht wordt dagelijks minder, iets wat bijdraagt aan het gevoel dat de dagen sneller gaan. De verplichte vrije dagen geven december concreet ook minder werkdagen, dus minder tijd om hetzelfde te doen. En dan het summum: oudejaarsdag. Heel de dag staat in het teken van de tijd. De ‘laatste’ seconden tikken weg, en we zijn er allemaal getuigen van dat de klok twaalf slaat (gek genoeg slaat de klok twaalf keer, en niet nul keer: een nieuw begin begint op twaalf). Waarna de minuten weer gewoon verder gaan, maar wij hebben daar geen extra aandacht meer voor.

Wonderlijk, hoe op één dag in het jaar de tijd zo expliciet aanwezig is. Zodanig dat we alles hiervoor uit onze handen laten vallen, het glas heffen en elkaar om de nek vliegen. De nieuwe tijd staat voor het mooie en het goede! Het nieuwe jaar wordt uitbundig gevierd. Eigen verjaardagen, wat toch ook staat voor een nieuw jaar, wordt niet geassocieerd met het mooie en het goede, maar met ouder worden. Er zijn heel wat mensen die dat niet het vieren waard vinden. Overigens geloof ik niet dat deze mensen hun verjaardag graag verruilen met hun begrafenis wat toch een einde betekent van het ouder worden. Alleen de dood stopt de tijd, tenminste voor diegene die sterft. Je zou je kunnen afvragen in hoeverre het eeuwige bekend is met de tijd. Hoewel eeuwigheid als woord het fenomeen tijd veronderstelt, vraag ik met toch af of het eeuwige de tijd kent? In ieder geval heeft het eeuwige alle tijd. En als je alle tijd hebt, is tijd dan nog een issue? Wat doet denken aan een Surinaams gezegde: Jullie hebben een klok, wij hebben de tijd.

Wij hebben al een prachtig eeuwig tijdssysteem. Onze tijdsaanduiding loopt eeuwig door van - (oneindig) naar + . In tegenstelling tot de Romeinse tijd is onze tijd een zelfstandige entiteit, niet gekoppeld aan regeringsjaren of levensduur van de staat. Onze tijd gaat haar eigen weg, ongeacht wat wij als mens doen. Wij leven in het jaar 2009 en niet in het jaar 29 onder het H.M. Koningin Beatrix. Oudejaarsavond zou dan vallen op 29 april. Onze eigen levensjaren zouden dan veel moeilijker te tellen zijn. “Onder welke vorst bent u geboren?” zou dan een heel gewone vraag zijn.

Onze eeuwigheid ligt niet meer in het leven na de dood, maar in ons tijdssysteem. Alleen de tijd is eeuwig, de rest - waaronder onze wereldbol - niet. Onze wereld is ontstaan op een zeker moment in de tijd, en zal ook vergaan op een zeker moment in de tijd. Dit is niet het absolute einde, maar gewoon een gebeurtenis in de tijd, net als alle andere gebeurtenissen in de tijd. Overigens zou je je kunnen afvragen in hoeverre iets, dat miljarden jaren geleden heeft plaatsgevonden, past binnen onze eigen tijdsbeleving. De getallen worden zo groot dat ze zuiver abstract worden en daarmee hun werkelijkheidszins verliezen. Abstractie staat voor dat wat zonder tijd en plaats is. Kunnen wij daar nog wel betekenis aan geven of waarde aan toe kennen?

Deze eeuwig durende tijd heeft ook een ander probleem. Ze stelt namelijk altijd de vraag naar wat ging vooraf en ook wat komt er na. Tijd is onze vooraarde van causaliteit en eeuwigheid. Noodzakelijkheid veronderstelt tijd. De opeenvolging van gebeurtenissen - bijvoorbeeld het botsen van biljard-ballen - kunnen we alleen maar tot causale relatie betitelen doordat we onze herinnering aan het voorgaande tot werkelijkheid maken. Hoeveel vertrouwen heeft u in uw herinneringen wanneer het over uw eigen jeugd gaat. Hoe zeker weet u wat er heeft plaatsgevonden? En kun je zien, wanneer twee biljart-ballen botsen of de beweging van de ene bal de beweging van de ander veroorzaakt. En kun je daaruit afleiden dat dit altijd zo zal zijn? Onze menselijke waarneming is niet door de tijd bepaald. Ze vindt enkel plaats in het heden, zelfs onze herinneringen aan het verleden zijn gedachten in het heden.

Is tijd dan ook niet meer dan een gedachte in het heden. Tijd, herinneringen en verwachtingen voor de toekomst zijn gedachten in het heden. Die niets zeggen over dat wat morgen werkelijk is, de toekomst is ongewis. Maar ja, morgen bestaat niet, alleen nu. Als u op 31 december het glas heft om dit unieke moment te vieren, waarom doet u dat dan nu niet? Is het leven, en het moment, niet altijd (verdorie, weer dat woordje tijd) het vieren waard? Proost! Op het heden! Wij wensen u een prachtig en goed nu toe.

We plaatsen cookies, zo min mogelijk en altijd anoniem.