Aristeia Omdat de werkelijkheid te denken geeft

De waardenloze economie

Onze economie is waardenloos

Graag wil ik vooreerst een eerdere uitspraak van mij onder je aandacht brengen: ‘je moet je afvragen of je filosofen en zotten vrijheid van meningsuiting wilt geven want ze kunnen wel eens rare dingen zeggen’. Want wellicht ga ik in deze stelling iets heel raars zeggen. Je mag dus zelf weten of je het wil lezen en als je het leest kun je zelf bepalen of ik de zot of de filosoof ben. En als je het zelf niet raar vindt? Och die optie is ook nog mogelijk.
Zoals Nietzsche het voorschrijft, zal ik dat wat we vanzelfsprekend vinden, ter discussie stellen. Deze stelling sluit aan bij een bericht in de krant over de groei van de economie en dat Nederland achter blijft bij de buurlanden, en dat deze landen het beter doen. De groei blijkt aldus een fictieve groei doordat ze een directe afgeleide is van vermeerderde overheidsuitgaven. Het is niet de vermeende groei die ik in deze stelling wil bevragen, maar wel hoe wij haar waarderen.

Even terug in de tijd: Machiavelli constateerde rond 1500 dat de mens er niet zo goed tegen kan als zijn bezit niet groeit. Zelfs bij gelijkblijvende inkomsten en een gelijkblijvend kapitaal heeft de mens het gevoel dat hij minder heeft. Dit is een niet wenselijk gevoel, en een mens heeft er veel voor over om dit gevoel te voorkomen, dan wel te bestrijden. De drijfveer voor meer was een direct gevolg van de angst voor minder. Volgens Machiavelli is dit één van de zwakheden van de mens (iets waar je rekening mee dient te houden, en waar je wijselijk gebruik van moet maken).
Volgens Machiavelli was Vrouwe Fortuna mede verantwoordelijk voor grote voorspoed en immense tegenslag. De andere factoren waren persoonlijke onzorgvuldigheid en onnadenkendheid. Bij grote voorspoed moest je bedacht zijn op tegenslag, en er al helemaal niet op rekenenen dat deze voorspoed lang zou aanhouden. Behoudendheid is dus noodzakelijk. Het was zaak om te zorgen dat je situatie min of meer stabiel bleef. En stabiel heeft hier niet de betekenis van stabiele groei, maar van een beperking van verlies en een beperking van groei. Groei was alleen noodzakelijk om de angst voor verlies te temmen. Wanneer iemand speculeerde op grote winsten, dan legde hij zijn fortuin in de handen van Vrouwe Fortuna. Iets wat niet van grote wijsheid getuigde.

Sinds de Verlichting leven we in een tijdperk van groei en ontwikkeling, beide ondersteund door de rationaliteit. Bacon liet ons geloven in de maakbare wereld. Laat ik hier maar zeggen dat onze angst voor de grillen van Vrouwe Fortuna werd vervangen door een geloof in vooruitgang. Of zoals Horkheimer & Adorno constateren: in de laatste eeuwen is ons geloof in God vervangen door een geloof in vooruitgang, groei en rationaliteit. Dit geloof in groei en de angst die Machiavelli beschrijft zijn mooi terug te vinden in onze emotionele reacties op schommelingen in de beurskoers: een stijgende beurs werkt euforisch en een dalende beurs zorgt al gauw voor paniek. Voor de individuele mens geldt dan het volgende: als je grote winsten weet te realiseren voor jezelf en je bedrijf dan wordt je goddelijk, zo niet ... och dat is de moeite van het beschrijven niet waard. En wie wil niet goddelijk zijn?

In de laatste decennia is het geloof in groei tot waarheid geworden. Economische groei is (als) een natuurwet. We geloven niet meer dat de economie groeit, nee, we weten het zeker! En als ze niet groeit dan is ze niet in orde. Groei en krimp hebben een waarde-oordeel gekregen: economische groei is goed en krimp is fout / slecht. Iets wat duidelijk terug te vinden is in de huidige berichtgeving rondom het economisch herstel. Dit zit zo ingebakken in ons denken dat we zelfs spreken over herstel van de economie als ware het een patiënt die herstelt van een griep (de Mexicaanse?). En voor dit herstel mogen heel wat medicijnen worden ingezet: verkoop van onderdelen, schuiven met investeringen, ondoorzichtige financiële producten en constructies, prijsafspraken, overheidssteun, marktbescherming, concurrentievervalsing, etcetera. Kortom nog steeds geldt: alles mag want groei is goed en hij die het meeste groeit is de beste. Precies die attitude die ons allemaal in het zand doet bijten omdat dit tot de huidige financiële crisis heeft geleid.

Onze waarheid is zo fundamenteel dat onze eerste zorg het herstel van de patiënt is, zonder erover na te denken wat haar heeft ziek gemaakt. Hierdoor schrijven we eenzelfde leven voor als dat wat de patiënt heeft ziek gemaakt. Of met andere woorden: ‘om te herstellen van hart- en vaatziekten adviseren wij u een cholesterolrijk dieet met weinig lichaamsbeweging’. En misschien moeten we ons zelfs afvragen of de patiënt wel een patiënt is. Misschien is de dokter wel een kwakzalver?

Waar komt deze waardering in de economie toch vandaan? Waarom is groei waar (lees: goed)? Is economische groei wel (als) een natuurwet? Kunnen we de economie niet als een waardenloos fenomeen beschouwen? Niemand is bang dat bij vloed de zee het land overspoelt of dat ze zich bij eb permanent terugtrekt. Eb en vloed worden als waardenloze fenomenen van de zee ervaren en gemiddeld gezien is het zeepeil constant. Onze angst slaat pas toe wanneer we het vermoeden hebben dat ze oncontroleerbaar daalt of, zoals in onze huidige milieuzorg, stijgt. Onze huidige crisis is een direct gevolg van ons waanbeeld dat groei waar en goed is en onze afgoden zijn zij die deze permanente groei weten te realiseren. Moeten we onze waarheid niet ter discussie stellen wanneer onze ervaringen grond tot twijfel geven? Er is ook geen schipper die uitvaart met springtij, hij weet (uit ervaring) welke risico’s hieraan verbonden zijn. En er is ook geen mens die een dansje gaat doen om de zee te bezweren, omdat hij bang is dat de zee bij eb, definitief het strand verlaat.

We plaatsen cookies, zo min mogelijk en altijd anoniem.