Aristeia Omdat de werkelijkheid te denken geeft

De kunst van het tonen schreeuwt om aandacht

Het schrijven van teksten voor presentaties of publicatie gaat vaak gepaard met de kunst van het weglaten. Zet je gedachten op papier (al dan niet gestructureerd) en ga dan strepen; wat staat er ten overvloeden? Streep dat weg. Overigens moet je hierbij goed in de gaten houden dat je dat wat je boodschap van de tekst is, toch minstens drie keer vermeldt (dus dat is geen overvloed) maar al het andere dat dubbel is kan weg. Van iedere toevoeging, praktisch voorbeeld, toelichting of anekdote moet je je afvragen of het iets toevoegt. En dan ontstaat de twijfel.

In hoeverre is het in een roman van belang de beschrijving van een woonkamer te krijgen, inclusief de beschrijving van wandversieringen en de al of niet aanwezigheid van een barometer als deze in de rest van het verhaal niet meer terugkomen. Wat maakt een tekst interessant om te lezen of een betoog interessant om naar te luisteren? Wat moet weg en wat moet blijven? En wellicht moet ik nog iets toevoegen. De ware kunst van het schrappen kunnen we oefenen in de nieuwe media, vluchtig en met een beperkt aantal tekens moet er goed nagedacht worden over de vraag wat noodzakelijk is en en wat er weg kan.

Communiceren via en aan de hand van media is bemiddeld. Wanneer ik je hier zou beschrijven hoe mijn werkkamer eruitziet da ga ik schiften: wat vertel ik wel en wat vertel ik niet. Ik bepaal wat je ziet, je kunt niet zelf rondkijken in mijn werkkamer. Ik ben cameraman en regisseur tegelijkertijd en ik kan zelfs besluiten censuur toe passen of de boel een beetje op te leuken. Zou ik mogen concluderen uit het feit dat beeld telefonie maar niet echt van de grond komt, ook al zijn alle mogelijkheden daartoe ruimschoots aanwezig, dat we het maar wat fijn vinden dat we zelf kunnen bemiddelen tussen onszelf en de wereld? Bij het aannemen van de beeldtelefoon moet je je ook afvragen waar je de camera op richt, zeker wanneer jijzelf en je omgeving niet zo toonbaar zijn. Dan is het al gauw verstandig om dat maar altijd te doen, omdat er anders vragen ontstaan in de trant van ‘goh, waarom krijg ik je niet in beeld?’. De gastvrouw krijgt nooit rust, omdat er zo maar iemand kan bellen. Bemiddeling is best handig.

Via bemiddeling kan elk beeld worden neergezet, je kunt schrijven wat je maar wil. Nieuwe media maken van iedere mens de auteur van zijn online karakter en de bouwer van zijn fysieke omgeving. Zo bouwen heel wat auteurs aan een gemeenschappelijke roman. Inmiddels weten we ook al dat sommige mensen heel wat verschillende karakters de wereld insturen, waarbij sekse en leeftijd nogal kunnen variëren. Uiteraard vraagt dit om de nodige zorg en aandacht om de karakters consistent te doen zijn en niet door de mand te vallen. Maar hoe goed ken je iemand als meer dan 80% van de communicatie via bemiddeling verloopt?

De signalen die iemand de wereld instuurt om zijn karakter te bouwen, zijn misschien nog onschuldig, zeker wanneer er niemand anders mee misleid wordt ten faveure van persoonlijk gewin. En wanneer gaat bemiddelen over in misleiden? Met dit bemiddelen van jezelf naar de wereld - het bouwen van een virtueel karakter - doe je wellicht vooral jezelf geweld aan, maar wat nu als je in je bemiddeling vooral rekening gaat houden met dat waarvan je denkt dat de ander dat wil horen en zien? Kortom dat schrijven waarvan we denken dat de ander het wil lezen en weglaten waarvan we denken dat de ander dat niet interessant vindt. We kleuren de wereld van de ander in. Hoeveel moet je zelf van de wereld gezien hebben om te kunnen zeggen ik ken de wereld zonder bemiddeling?

Bemiddeling van onszelf en de wereld voorkomt dat een mens nog zelf een beeld kan vormen van de werkelijkheid. Ons beeld van mens en wereld wordt gevormd via bemiddeling, we leven in een bemiddelde wereld met bemiddelde vrienden waarin het steeds makkelijker wordt een beeld te schetsen omdat niemand meer zelf kan waarnemen, al zou hij het willen. En dan wil ik er al helemaal niet bij stilstaan dat onze hersenen buitengewoon goed in staat zijn om lege plekken op te vullen om een plaatje compleet te maken. Misschien moeten we maar eens afspreken, om elkaar face to face te ontmoeten en niet alleen via face to book.

We zijn fictie(f) geworden

De fictie is doorgedrongen tot onze dagelijkse activiteiten, ja zelfs tot ons zelf. We zijn fictie(f) geworden.

Walter Benjamin schrijft in zijn essay over kunst en reproduceerbaarheid over de bijzondere wereld van de film. Ik zou dat uitleggen als een gecreëerde situatie die gecreëerd wordt. Je zou kunnen zeggen dat hij drie vormen van werkelijkheid beschrijft; de eerste is ons dagelijks leven, de tweede is het theater en de derde is de film. In het theater wordt een stuk, van begin tot einde opgevoerd. Dat we hier ook buiten de ‘geijkte’ speeltijd’ voor de gek worden gehouden toont het werk van J.T. Schippers, waarin ook voor het stuk en tijdens de pauze nog wat voorbij komt wat zijn weerslag heeft op het gespeelde stuk. Het spel wordt bespeeld. In de film wordt een complete setting gecreëerd en ook nog eens geëdit. Het stuk wordt niet van voor tot achter opgenomen, maar gewoon zoals het praktisch goed uitkomt. En tegenwoordig komt daar ook nog eens heel wat techniek bij kijken. Zo kun je naar een film kijken die geschikt is voor zestien jaar en ouder, terwijl hier gewoon tienjarigen in meespelen. Kennelijk is de opname setting niet zo bedreigend als het eindresultaat.

De filmregisseur bepaalt volledig het beeld dat wij te zien krijgen. Er ontstaat een vervreemding tussen zender en ontvanger. Beeld en kijker zijn niet meer direct met elkaar verweven, maar er wordt door een derde bemiddeld. Deze bemiddelaar is zelf ook niet zichtbaar en voor de kijker als persoon doorgaans onbekend. Nu zul je wellicht denken ‘waarom breng je dit op, dat is toch niet zo erg?’. Ook ik heb hier geen moeite mee, zeker niet wanneer ik naar een film van Harry Potter of Pirates of the Caribbean kijk, de fictie druipt hier van af. Maar hetzelfde gebeurt, wanneer we naar de televisie kijken, ook bij programma’s die niet als fictie worden voorgesteld. Ook dan wordt het gefilmde gemonteerd en geregisseerd. Niet voor niets maken we een onderscheidt tussen live en een reportage. En bij een live-reportage zijn vaak meerdere camera’s aanwezig en wordt het uitgezonden beeld bepaald door een regisseur. Hoe zo zelf bepalen wat je kunt en wilt zien?

Nadenkend over deze bemiddeling dan lijkt onze volledige wereld bemiddeld, met uitzondering van het directe contact dat we zelf hebben met de mensen in onze directe omgeving. Kranten, jaarcijfers, doelstellingen, politieke belangen, televisieprogramma’s alles wordt bemiddelt. Dit zegt natuurlijk iets over de inhoud die we te zien krijgen. Je zou kunnen zeggen dat deze via manipulatie bij de kijker, de lezer, de burger en de gebruiker terecht komt. We kunnen dus vragen stellen bij dat wat ons wordt voorgeschoteld, namelijk hoe werkelijk is dit? Is deze reportage werkelijker dan een Harry Potter film. Zijn deze resultaten werkelijk of gewoon fictie? Ieder beeld en iedere tekst zegt wellicht meer over de regisseur, redacteur, belangenorganisatie, filosoof of docent die het ter tafel brengt. Maar de boodschapper kennen we doorgaans niet, zeker niet persoonlijk. We worden alleen geconfronteerd met het product dat zij neer zetten. En de wereld waar dit product een indirecte afgeleide van is, blijft doorgaans ongekend. Mens en wereld staan via bemiddeling tot relatie tot elkaar. En ook het bemiddelde zelf is ooit eerder bemiddeld.

Naast deze constant aanwezige fictieve wereld wil ik een andere consequentie aan het licht brengen. Dit hele proces zorgt namelijk ook voor een verding-lijking van de mens. Iedere mens wordt beschouwd als een kijker, lezer, gelovige (of juist ongelovige), belanghebbende, en ga zo maar door. De mens moet overtuigd worden, voorgelicht worden, geamuseerd worden en om dit te realiseren wordt er nagedacht over cruciale facturen die het succes hiertoe beïnvloeden. We zijn het ondertussen wel gewend dat we tot een marktsegment of doelgroep behoren wanneer het kleding of andere consumentenartikelen betreft. Maar ook in onze werkomgeving, de berichtgeving omtrent de wereld, of de wetenschap zijn wij verworden tot een ding dat specifieke informatie moet eigen maken, dan wel onderzocht moet worden. Psychologie en sociologie zijn mooie wetenschappen die het succes en dus het proces van verding-lijking ondersteunen. Maar ook in de medische sector zijn we een ding, namelijk een drager van een specifieke aandoening, waarbij de arts zich buigt over de aandoening. De relatie tussen mens en arts wordt bemiddeld via de aandoening. De mens wordt enerzijds een ding van onderzoek, en anderzijds een ding van voorlichting. De continue bemiddeling van alles wat er zich in de wereld voordoet, maakt ons tot een ding waardoor we als individu verdwijnen. De mogelijkheid tot zelf nadenken en zelf waarnemen wordt door de continue bemiddeling onmogelijk gemaakt. We leven niet alleen in een fictieve wereld, we zijn ook zelf fictief geworden. Niet alleen voor de ander, maar ook voor onszelf omdat we ons o.a. bezig houden met zelfreflectie, zelfonderzoek en persoonlijke ontwikkeling.

We plaatsen cookies, zo min mogelijk en altijd anoniem.