Aristeia Omdat de werkelijkheid te denken geeft

Ontwikkeling

De grot van Plato

Gisteren, in de Sprong in Geldrop, gesproken over de Grot van Plato. Een heel bijzondere, en ik mag wel zeggen intense avond. De komende dagen volgt een kort verslag.

De allegorie van de grot staat in de Politeia (staat) van Plato. Socrates legt aan de hand van deze allegorie (samen met de vergelijking van de lijn en een uitleg van de relatie tussen kijken en het licht) uit hoe de mens leeft, namelijk in een grot, en hij wijst erop dan die mens in de grot op weg moet naar de uitgang.

Socrates schets een heel wonderlijke setting, een absoluut ongeloofwaardige situatie: De mensen zitten in een grot (onderaardse ruimte). Ze zijn gebonden aan hun hoofd en hun voeten - hun handen zijn vrij -, zodat ze niet van hun plaats kunnen komen en hun hoofd niet kunnen bewegen.

Deze setting is zo wonderlijk omdat ze als zodanig eigenlijk onleefbaar is. Hoe kun je voor jezelf zorgen als je zo gebonden bent. De losse handen geven nog wel wat ruimte voor activiteiten, maar door het gebrek aan bewegingsruimte is dit toch zeer beperkt. Een van de eerste reacties was 'hun handen zijn vrij, ze kunnen zichzelf bevrijden'. Het is ook een setting die om bevrijding vraagt. Wij zien ze duidelijk als gevangenen. De vraag die hierbij opkomt is: zien zijn zichzelf als gevangenen? Hebben ze zelf de behoefte om zich te bevrijden?

De setting is voor de 'bewoners' zodanig gewoon dat ze er niet aan denken dat hun situatie ook wel anders zou kunnen zijn. Of met andere woorden: zouden wij, hier nu bij elkaar zittend, er niet net zo aan toe zijn als deze mensen in de grot? Zonder dat we er erg in hebben zitten we gevangen en kijken in één richting en komen eigenlijk niet van onze plaats? Dit werd al snel vergeleken met een tunnelvisie. De grot en zijn bewoners wordt alleen door een buitenstaander (allochtoon) herkent als grot met gevangenen. Wellicht zijn er wel mensen buiten ons die zeggen: "nou nou, die zit gevangen in zijn gedachten en zijn leven." En kennen wij niet mensen waarvan wij dat denken?

Onze bewoners van de grot zien schaduwen voor zich tegen de muur waar ze naar kijken. Dit zijn schaduwen, veroorzaakt door een vuur en door mensen die afbeeldingen omhoog houden. Vergelijkbaar met wajang-poppen. Door het dansen van de het vuur en de afstand veroorzaakt dit maar vage schaduwen op de muur. Voor de bewoners is dit hun werkelijkheid. Het is alsof ze heel de dag naar een televisie kijken met een vaag zwart wit beeld. En wat ze zien en horen is hun werkelijkheid. Er wordt hen iets voorgehouden. Is dit vergelijkbaar met onze soaps op televisie en het geloof dat dit werkelijkheid is? Of het zien van films, zoals Harry Potter, als we deze magische wereld voor waar houden, doen we dan niet hetzelfde als de mensen in de grot?

Plato wekt de suggestie dat zijn tijdgenoten door sofisten een schijnwereld krijgen voorgespiegeld. Hoe zit dat met ons? Hoe weten wij of het journaal schijn of werkelijkheid toont. Nog steeds zijn er massa's mensen die geloven dat we nooit op de maan zijn geweest. Maar ook, hoe lang is ons voorgehouden dat de wereld plat is, terwijl reeds bewezen was dat ze rond is? Welke schijn houden wij voor waar?

Op deze manier wordt de situatie in de grot een herkenbare situatie in ons eigen dagelijks leven. Wellicht dat onze invulling iets anders is dan Plato zou willen. De gevangenschap die ontstaat als een beperkte of eenzijdige of zelfs foutieve visie op de werkelijkheid kunnen we ons wel voorstellen. Ook het fenomeen dat de wereld wordt voorgespiegeld is herkenbaar.

Een belangrijk element in het verhaal van Plato, is niet zozeer dat dit onjuist is, maar vooral dat dit voorlopig is, of toch op zijn minst zou moeten zijn. De permanentie van de kijk op de wereld is de kern van de gevangenschap. De gedachte 'het zou ook anders kunnen zijn' is de bevrijding. Deze gaat op zoek naar een andere blik op de werkelijkheid (niet naar een andere werkelijkheid).

tot zover.... en wordt vervolgd ....
blog comments powered by Disqus

We plaatsen cookies, zo min mogelijk en altijd anoniem.