Aristeia Omdat de werkelijkheid te denken geeft

Aristoteles

Grote denkers 2

Het valt niet mee, een geschikte denker uit de Middeleeuwen te kiezen.
Centraal thema is de relatie tussen godsdienst en filosofie, tussen geloof en rationaliteit

Augustinus was bekend met de ideeënleer van Plato en hij probeerde deze kennis te combineren met het Christelijke geloof.
Thomas van Aquino kwam in aanraking met de werken van Aristoteles, die wetenschappelijk gezien veel omvangrijker waren dan die van Plato. Hij stond dus ook voor de opdracht: kiezen voor een van de twee of deze twee verenigen. Hij deed het laatste.

Anselmus en Abelard gingen met de logica aan de gang. Anselmus komt zo tot zijn (sinds Kant genoemde: ontologisch) godsbewijs. Abelard gaat bovendien aan de gang met ethica en taalanalyse. Zijn Ethica draagt als ondertitel: ken uzelf

Ook Johannes Duns Scotus is een mogelijkheid, zijn denken heeft grote praktische impact. We kunnen als mens drie dingen weten, die dingen die voor zichzelf spreken (a priori kennis), die dingen die we rechtstreeks uit ervaring leren kennen, en de kennis die we hebben van onze eigen daden.

Ik kan ook het scheermes van Ockham centraal plaatsen, waarin de waarde van eenvoud tot uitdrukking komt.

Het wordt Peter Abelard (ook wel Petrus Abaelardus), interessant en omstreden, een kritische denker, een man die twijfelt. Hij hanteert de dialectische methode, waarin hij een vraag beantwoord vanuit twee verschillende standpunten om zo tot een oplossing van de vraag te komen. Zelden komt hij tot een dwingend antwoord. Hij verwerpt het godsbewijs van Anselmus, zijn denken is tegengesteld aan de kerkelijke dogma’s en hij verbindt de zonde aan de vrije wil.
blog comments powered by Disqus

Grote denkers 1

In september start ik in mijn huiskamer met een serie over grote denkers. Hieraan voorafgaand moet ik natuurlijk bedenken welke filosofen ik hierin centraal zal stellen. De komende dagen kun je hier de updates vinden, hoe ik vorder in mijn keuzes.

De Griekse oudheid.
Uiteraard begint het denken ruim voor Socrates met de Presocratische filosofen. Deze hielden zich vooral bezig met het ontstaan van de wereld waarbij een of meer van de elementen - aarde, lucht, water en vuur -een centrale rol speelden. Toch wil ik in mijn serie over grote denkers deze denkers over slaan. Dit brengt mij vervolgens bij Socrates, Plato en Aristoteles.

Socrates kennen we vooral uit de geschriften van Plato. Socrates, die vooral op het plein actief was, heeft zelf niets opgeschreven. We kennen hem vooral van zijn methode. Zijn vraaggesprekken kenden een vast patroon:
  1. Formuleer dat wat als ‘common sense’ wordt ervaren, dit zijn uitspraken die door iedereen voor waar worden gehouden.
  2. Bedenk je voor een moment - in tegenstelling tot wat algemeen geldend is - dat de uitspraak niet waar is. Hiermee maak je doorgaans geen vrienden, omdat de meeste mensen het niet fijn vinden dat je dat wat algemeen gangbaar is ter discussie stelt. Bedenk een situatie (die daadwerkelijk voorkomt) waarin de algemeen geldende waarheid niet geldig is.
  3. Als je deze uitzondering gevonden hebt, dan moet dat wat algemeen voor waar gehouden werd herzien worden.
  4. Nuanceer de oorspronkelijke uitspraak.

Plato, een leerling van Socrates, heeft heel wat teksten nagelaten. Hierin voert hij Socrates op als de centrale spreker. Overigens zijn niet alle dialogen direct tot inhoudelijke dialogen van Socrates terug te voeren. Plato legt hem weldegelijk gedachten in de mond. De ideeënleer die we o.a. terugvinden in de Politeia zijn gedachten van Plato, terwijl Socrates ze uitlegt.

Aristoteles, een leerling van Plato, is de meest uitgebreide denker. Zijn denken omvat een ruim wetenschappelijk perspectief. Dat wat we van hem hebben overgeleverd gekregen is echter niet erg toegankelijk, zijn teksten zijn meer persoonlijke aantekeningen voor het geven van college’s dan dat ze geschreven zijn voor derden, die zich eens willen verdiepen in het denken van Aristoteles.

Zowel Plato als Aristoteles zijn erg belangrijk geweest in de westerse filosofie. In de fresco van Rafael, staan ze allebei centraal afgebeeld: Plato wijst naar boven: kennis komt uit het goddelijke, het volmaakte denken. Aristoteles verwijst naar de aarde: kennis komt uit de waarneming.

Wanneer ik grote denkers wil belichten, dan ontkom ik er niet aan, om deze drie in de eerste bijeenkomst centraal te stellen.
blog comments powered by Disqus

Ethiek en geluk

Gisteren heb ik voor het eerst gesproken over verantwoord besluiten in organisaties. Een eerste start richting “Een wijs besluit!” over verantwoord besluiten in organisaties in het licht van MVO of het publieke terrein. We hebben gesmuld van de modellen die aan de basis liggen van een ethisch besluit en van de casuïstiek die we hieraan konden linken. Een ontzettend levendig verhaal, met pakkende voorbeelden en veel nieuwe gedachten.

Mijn titel van blog zegt niet ‘ethiek’ of ‘verantwoord besluiten’, maar Ethiek en geluk. Onze middag ging ook over geluk. Omdat de ideeën van de filosofen die ter tafel kwamen een directe link leggen tussen ethisch handelen, wijs handelen en geluk.
Aristoteles stelt dat een deugdzame mens (hij die het juiste midden weet te vinden) een gelukkige mens is.
Voor Kant is de menselijke waardigheid de belangrijkste pijler onder zijn plichten-ethiek. En een mens die zich gewaardeerd voelt, zichzelf waardeert (i.t.t. zelfminachting) is een gelukkige mens. Geluk is menswaardig zijn!
En dan natuurlijk Mill - happiness als uitgangspunt van ethiek. Duidelijker kan bijna niet. Maar ja, er is wel zo iets als gradaties in happiness. Geluk ligt niet voor het oprapen en vaak kent de weg er naar toe heel wat tegenslagen en leed.
Bij Arendt komen we behangen en mishagen tegen. Een besluit, dat onze goedkeuring draagt behaagt. Een besluit dat onze afkeuring draagt mishaagt.

Een wijs besluit lijkt een heel bijzonder ‘surplus aan effect’ te hebben.
blog comments powered by Disqus

We plaatsen cookies, zo min mogelijk en altijd anoniem.